|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Hebt u gezongen in Rome bij de paus? Vertel!
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Uitgegeven: 10 februari 2012
Het verhaal draagt hij op aan de Koninklijke Zangvereniging Breda’s Mannenkoor, Pedro is één van de zangers van het Mannenkoor. “Zonder de ‘Jubileumreis 145 jaar BM’ naar de Catalaanse hoofdstad zou ik niet op het idee gekomen zijn om op de fiets te stappen en was ik een unieke ervaring misgelopen” zegt hij. “Het verhaal draag ik eveneens op aan al mijn lotgenoten, die ik toewens dat ook zij kunnen zeggen: “Ik heb diabetes. Nou en?”
28/03: Vandaag heb ik geen tijd om de fiets te pakken en naar buiten te gaan. Een beetje jammer vind ik dat wel, want het is lekker weer buiten. Maar ik heb inderdaad in 2002, samen met het Breda’s Mannenkoor, gezongen bij paus Johannes Paulus II en daarover mag ik vertellen. Aan Rinie Maas. Rinie is journalist en stadschroniqueur en hij gaat een boekje schrijven over vier eerbiedwaardige gezelschappen in Breda die tenminste honderd jaar oud zijn. Het Breda’s Mannenkoor (opgericht in 1865) is er daar een van. Ik ben uitgenodigd om aan de hand van een aantal richtvragen een Curriculum Vitae te schrijven waaruit hij kan putten. De deadline voor het aanleveren van mijn bijdrage nadert echter met rassen schreden. Vandaar dat ik vandaag mijn training laat schieten. En omdat ik geen idee heb wat Rinie zal gebruiken en op welke wijze, neem ik mijn antwoord op bovengestelde vraag op in Allegro Vivace. Een beetje als genoegdoening voor mijn gemiste training, maar eigenlijk ook omdat ik nog ergens een bidprentje heb liggen met een handtekening erop van Johannes Paulus uit de tijd dat hij nog kardinaal was. Het devote plaatje heb ik gekregen van mijn tante non, die destijds hoofd huishoudelijke dienst was van de aartsbisschop van Frankrijk (zijn naam weet ik niet meer). Toen ik een jaar of 16 was, ben ik eens (tijdens een ‘rondje Bretagne’) naar het bisschoppelijke paleis in Chartres gefietst. Mijn antieke logeerkamer, met gobelins aan alle muren, lag pal naast de beroemde kathedraal. Ik heb er slecht geslapen, weet ik nog. De nachtelijke verlichting van de kathedraal viel mijn muf ruikende kamer binnen en om het uur sloeg de torenklok. Ik denk niet dat Johannes Paulus naar hetzelfde baldakijn heeft liggen staren, zoals ik gedaan heb, toen hij hier op bezoek was en mijn tante hem om een zegen voor haar neefjes en om een handtekening heeft gevraagd. De aartsbisschop bleek trouwens een zeer aimabele man, die in een gewoon kloffie en met een alpinopetje op zijn hoofd mij kwam begroeten. Hij stuurde zelfs mijn tante de wijnkelder in om een exquise fles likeur te halen. Een beetje opgelaten voelde ik me wel te midden van de pracht en praal van het rijke Roomse leven en mijn slovende tante, herinner ik me nog. Hoe oud zal zij toen geweest zijn? Geen idee, maar het volgende heb dus aan Rinie geschreven:
Ruim een maand geleden, tijdens een rondreis door Nieuw Zeeland, stond ik voor Tane Mahuta, een 2000 jaar (!) oude Kauriboom. Een Maoriman zong een ontroerende lofzang ter ere van deze God van het woud. Geïmponeerd door deze ‘natuurlijke kathedraal’ en de eerbied van de zanger voor deze heilige plek, moest ik onwillekeurig denken aan de van protserige hoogmoed getuigende kathedralen die vele eeuwen later zijn verrezen, maar in het niet vallen bij de goddelijke eenvoud van de natuur. Dit neemt niet weg, dat het zingen voor de paus op het St. Pieterplein indruk heeft gemaakt. Zo heb ik met verbazing de extatische adoratie van de paus aanschouwd van tienduizenden gelovigen uit alle delen van de wereld. En toch ook wel een beetje bijzonder om zo vlak bij ‘Gods plaatsvervanger op aarde’ te zijn, slechts één handje verwijderd van de ‘Almachtige Vader’ als het ware, ware het niet dat ik als kind veelvuldig om dikkere polsen gebeden heb, maar me daarbij volstrekt genegeerd weet. Na de ontmaskering van Sinterklaas en de ontmaskering van de opvoeding, hanteer ik De onredelijkheid van religie (Herman Philipse) desnoods als een bijbel (maar dit terzijde).
Toen het onze beurt was en wij de trappen naar het bordes opliepen, werd mij meteen de pas afgesneden door enkele bodyguards. Géén zangmap mee naar boven, ik zou er immers een mes of zo in verstopt kunnen hebben. Verongelijkt spotte ik met een blik op de scheefweggezakte en aan zijn staf hangende prelaat: “Volgens mij is-ie al opgezet”. Niet iedereen kon om mijn spottende opmerking lachen en het bleek ook niet waar te zijn. Uit de metershoge luidsprekers op het plein klonk immers een diepe en ronkende ademhaling. Soms hoorde je even niks, dan plots weer het gierende inademen van iemand met apnoe. En toen wij oorverscheurend en vals Hij leve lang inzetten, greep hij in een reflex naar zijn oren. Nadien stond in de krant: “Het koor liet zich krachtig horen ( ) hetgeen bij de paus een zichtbaar verraste emotie opriep”. Ik stond erbij en weet wel beter. De oude man schrok zich rot.
|
Categorie
|
Algemeen
|
|
Auteur
|
Pedro Kneepkens
|
|
|
Social media
|
|
|
|
|
|
|
|